Doelstellingen, vaardigheden en oefenvormen
Klikklaar Nederlands 1


Oefening 1:
Spelling  Luisteren

Dit is een dictee van vijf zinnen over de groei van de wereldbevolking. Elke zin wordt apart opgeroepen, ingetypt en gecontroleerd.


Oefening 2:
Vocabulaire

Deze opgave gaat over woordvorming. Vijftien vrij vaak voorkomende woorden met -baar worden in een context geplaatst.


Oefening 3:
Spelling

Sinds het Spellingbesluit-1994 is de spelling van de woorden op -ect geüniformeerd.
Deze woorden zijn evenwel niet te verwarren met die waarin dezelfde klank op een andere plaats voorkomt, zoals sekte of elektriciteit.


Oefening 4:
Vocabulaire

Uitgaande van het Franse woord si verwart men in het Nederlands makkelijk als en of, die men hier in een context moet gebruiken.

[Zie PN AZ § 176, si]


Oefening 5:
Grammatica (vervoeging)

Zogenaamde spelfouten in werkwoorden zijn vaak terug te voeren op een slordige vervoeging. De keuze tussen d, dd, dt, t en tt wordt immers bepaald door de gebruikte tijd en persoon.

[Zie PN AZ § 67, conjugaison]


Oefening 6:
Luisteren

Vijf meerkeuzevragen. De opname gaat over de verpleeghuizen voor bejaarden in Nederland.


Oefening 7:
Vocabulaire

Invuloefening met woorden die te maken hebben met studeren. De context is die van een vertaalopleiding.

De opzet is contrastief: de Franse woorden die vertaald dienen te worden staan tussen haakjes. De moeilijkheidsgraad kan aangepast worden door wel of geen gebruik te maken van de lijst met de in te vullen woorden.

Om de woorden te memoriseren, kan men gebruik maken van het galgje dat de oefening aanvult.

[Zie PN AZ § 172, réussir/échouer, en § 173, savoir]


Oefening 8:
Spelling  Luisteren

Een dictee van vijf zinnen over kinderarbeid. Elke zin wordt apart opgeroepen, ingetypt en gecontroleerd.


Oefening 9:
Vocabulaire

Woordenschat algemeen. Binnen één semantisch veld moet een indringer geïdentificeerd worden.


Oefening 10:
Grammatica (woordvolgorde)

Een voor een komen er twintig zinnen op het scherm, die tot vraagzinnen herformuleerd moeten worden. De correctiebalk vermeldt of het antwoord juist is, dan wel of er nog iets aan schort. Daardoor kan men zelf verbeteren voordat men het goede antwoord laat opkomen.

De oefening kan ook mondeling gemaakt worden, zoals in de instructie aangegeven.

[Zie PN AZ § 109, interrogation]


Oefening 11:
Vocabulaire

Er worden windrichtingen ingevuld, waarbij tevens gekozen moet worden tussen in het ... en ten ....

[Zie PN AZ § 154, points cardinaux]


Oefening 12:
Luisteren (assimilatie)

In elk van de tien zinnen komt op één plaats assimilatie voor: stemhebbende consonanten worden stemloos na stemloze medeklinkers.

De betreffende woorden moeten worden ingevuld. Er kan een extra venster opgeroepen worden met de toe te passen regels.

[Zie ook PN AZ § 167, prononciation]


Oefening 13:
Vocabulaire  Luisteren

In deze meerkeuzevragen worden zinnen gepresenteerd die je kunt gebruiken om je te excuseren, informatie te vragen, op problemen te reageren e.d. Alle zinnen zijn taalkundig correct, maar het commentaar legt de nadruk op registerverschillen.

Omdat dit soort zinnen vaak gebruikt worden, kunnen ze ook beluisterd worden - en zo gemakkelijker aangeleerd.


Oefening 14:
Spelling

Er moeten vaak voorkomende spelfouten in twintig frekwente woorden verbeterd worden. De problemen hebben betrekking op de plaats van de umlaut, hoofdlettergebruik, spelling met c of met k en dergelijke.


Oefening 15:
Vocabulaire

Meerkeuzevragen. Algemene woordenschat in de context van milieuvervuiling en afvalverwerking.


Oefening 16:
Grammatica (vervoeging)

Het bestand bevat 100 frequente sterke werkwoorden. Elke keer dat de oefening wordt gemaakt, selecteert de computer daaruit willekeurig 20 infinitieven. Daarvan moeten een Franse vertaling, de onvoltooid verleden tijd (3de persoon enkelvoud) en het voltooid deelwoord ingevuld worden.

De antwoorden worden vraag per vraag gecontroleerd. Men kan de goede antwoorden ook direct laten opkomen, een functie die vooral nuttig is voor mondeling oefenen.

[Zie PN AZ § 189, temps primitifs]


Oefening 17:
Vocabulaire

Algemene basiswoordenschat, aangevuld met enkele idiomatische uitdrukkingen. Voor elke van de twintig zinnen worden er drie mogelijke omschrijvingen gegeven.

Zodra er een keuze is gemaakt, wordt die in een commentaarbalk beoordeeld. Er is ook een score, die echter als facultatief wordt gepresenteerd: het feit dat er ook negatieve punten zijn, kan immers demotiverend werken.


Oefening 18:
Luisteren

Tien ja/nee-vragen over de consequenties van de ontploffing van een kernreactor in Tsjernobil. Voor de correctie verschijnen de goede antwoorden in de antwoordbalken, na een klik op de button.


Oefening 19:
Vocabulaire

In een tekst over financiële en maatschappelijke implicaties van roken moeten 20 verbindings- of verwijswoorden worden ingevuld.

De moeilijkheidsgraad kan worden aangepast door de ontbrekende woorden al dan niet te laten zien. De antwoorden worden gecontroleerd en kunnen ook automatisch worden ingevuld.

[Zie PN AZ § 122, mots de liaison]


Oefening 20:
Grammatica

Tien meerkeuzevragen over verbindingswoorden. Van de drie zinnen zijn er elke keer twee fout; de nadruk ligt hier minder op vocabulaire dan op woordsoort en woordvolgorde.

[Zie PN AZ § 122, mots de liaison]


Oefening 21:
Spelling  Luisteren

De luistertekst gaat over een extra belasting op vet, om de gevolgen van zwaarlijvigheid op de volksgezondheid terug te dringen.

In de makkelijkere variant worden voor tien woorden een juiste en een foute spelling als keuzemogelijkheden voorgesteld. In de moeilijkere variant moeten deze woorden met behulp van de opname worden ingevuld.


Oefening 22:
Grammatica (scheidbare werkwoorden)  

Voor tien werkwoorden moet bepaald worden of ze al dan niet scheidbaar zijn. Ze worden in een context gepresenteerd (twee zinnen, waarvan er één fout is).

In een op te roepen geluidsfile wordt het belang van de klemtoon gedemonstreerd. Een tweede helpbestand geeft voor elk werkwoord (met Franse vertaling) aan of het scheidbaar is.

[Zie PN AZ §198, verbes (in)séparables]


Oefening 23:
Vocabulaire (cultuur)

Deze meerkeuzevragen belichten het verschil tussen vaak door elkaar gehaalde termen als Nederlands, Vlaams en Hollands.

[Zie PN AZ §123, néerlandais]


Oefening 24:
Grammatica (woordvolgorde)

Het bestand bevat vijftig door elkaar gehusselde zinnen. Daarvan moeten er tien weer in de juiste volgorde worden gezet.
In de feedback-balk verschijnt na afloop de goede oplossing. Een fout antwoord roept bovendien een berichtje in een apart venster op.

[Zie PN AZ §131, ordre des mots]


Oefening 25:

Dit is geen nieuwe oefening. Neem de nodige tijd om de vorige oefeningen te reviseren!


Oefening 26:
Grammatica (woordvolgorde)

Een voor een komen er twintig zinnen op het scherm. Indirecte rede moet tot directe uitspraken omgevormd worden. De correctiebalk vermeldt of het antwoord juist is, dan wel of er nog iets aan schort. Daardoor kan men zelf verbeteren voordat men het goede antwoord laat opkomen.

De oefening kan ook mondeling gemaakt worden, zoals in de instructie aangegeven.

[Zie PN AZ § 80, discours (in)direct]


Oefening 27:
Spelling (deelteken)

In tien zinnen ontbreekt één woord met een deelteken. De zinnen kunnen één voor één beluisterd worden.
Zodra het betreffende woord ingevuld is, verschijnt er commentaar in een balk. Een fout antwoord kan worden bijgesteld. Bij een juist antwoord vermeldt het commentaar ook waarom er een deelteken is.

[Zie PN AZ § 192, tréma]


Oefening 28:
Vocabulaire

Tien meerkeuzevragen over collocaties. Per scherm verschijnen er vijf combinaties van één werkwoord met een bepaling. Van de voorstellen is er één niet goed.

De commentaarbalk geeft aan of het antwoord juist is en zo ja, welk werkwoord wel met de bepaling gebruikt kan worden.


Oefening 29:
Grammatica (persoonlijk voornaamwoord)

Het persoonlijk voornaamwoord van de 2de persoon enkelvoud moet worden ingevuld. Er kan een tweede scherm met uitleg en voorbeelden (tekst en geluid) opgeroepen worden.

[Zie PN AZ § 164, pronoms personnels]


Oefening 30:
Luisteren Vocabulaire

De opname heeft betrekking op de euro. Ze is gebaseerd op De euro. Stap voor stap naar 2002, een folder van het Nationaal Forum voor de introductie van de euro (Den Haag, december 1999).

De tien vragen moeten op basis van die opname beantwoord worden, door de ontbrekende woorden in te vullen.


Oefening 31:
Spelling (C of K)

Twintig veel gebruikte woorden die vaak met 'c' in plaats van 'k' gespeld worden en omgekeerd.

Er kan een apart scherm opgeroepen worden waarop elk woord een seconde lang in een context wordt gepresenteerd. Voor de correctie dient men zijn eigen keuzes te vergelijken met de goede spelling, die desgewenst in een apart tekstvak verschijnt.


Oefening 32:
Grammatica

Voor elke van de tien opgaven geeft het scherm twee zinnen, die met elkaar verbonden moeten worden. Er worden vijf suggesties gegeven, waarvan één of meerdere in de context passen. Bij de keuze zijn betekenis en vooral woordsoort van belang.

[Zie PN AZ § 122, mots de liaison]


Oefening 33:
Vocabulaire

Contrastieve meerkeuzevragen over basiswoordenschat. Bij een Franse zin worden vijf Nederlandse varianten gegeven, die er al dan niet vertalingen van zijn.

Het commentaar legt uit waarom sommige zinnen niet kunnen. De goede vertalingen worden aangestreept: alle synonieme uitdrukkingen kunnen op die manier bij elkaar gezet worden.


Oefening 34:
Luisteren Spelling

De opname gaat over de Casa Nicaragua, een origineel initiatief voor concrete ontwikkelingshulp. Er is keuze tussen twee opgaven: een invuloefening, waarbij in de gatentekst groepjes woorden ontbreken, en meerkeuzevragen om luisterbegrip te toetsen.


Oefening 35:
Vocabulaire

Tien meerkeuzevragen over collocaties. Per scherm verschijnen er vijf combinaties van één bepaling met een werkwoord. Van de voorgestelde werkwoorden past er één niet in de context.

De commentaarbalk geeft aan of het antwoord juist is en zo ja, hoe je dat werkwoord wel gebruikt.


Oefening 36:
Grammatica (vervoeging)

Het bestand telt 5 groepen van 5 korte Franse zinnen, die in het Nederlands vertaald moeten worden. Alle 'bouwstenen' komen op het scherm, en hoeven alleen maar aangeklikt te worden. Ter controle kan het antwoord met een sleutel worden vergeleken. Een afwijking daarvan wordt door een foutmelding gesignaleerd.

De 5 zinnen van één groep verschillen van elkaar door de gebruikte tijden. Er komt altijd minstens één voorwaardelijke wijs in voor.

[Zie PN AZ § 64, conditionnel]


Oefening 37:
Vocabulaire

Op basis van 10 definities worden woorden in een cryptogram ingevuld. Ze hebben allemaal te maken met cijferwerk (wiskunde, handel e.d.).


Oefening 38:
Grammatica (woordvolgorde)

Het gaat erom vragen te beantwoorden en zinnen aan te vullen volgens een vast stramien. Zowel inversie als plaats van het werkwoord in bijzinnen komen aan bod. Semantische context: kunst.

[Zie PN AZ § 132 & 133, ordre des mots]


Oefening 39:
Luisteren Vocabulaire

Na een korte luisteroefening over talen in Zwitserland wordt doorverwezen naar een tweede opgave over landen en talen. Er worden een twintigtal vragen gesteld; het antwoord is altijd de naam van een taal of van een land.


Oefening 40:
Grammatica

Voor elke vraag moet er gekozen worden tussen een zin met en een zin zonder er als voorlopig onderwerp. De zinnen zijn zo geselecteerd dat er maar één juiste keuze is. De beoordeling gebeurt door middel van een score, waarbij ook de plaats van de fouten gesignaleerd wordt.

[Zie PN AZ § 76, déterminé, indéterminé]


Oefening 41:
Vocabulaire Grammatica

Het bestand bevat twintig uit het Frans te vertalen zinnetjes, waarvan er elke keer zo'n vijftien worden gepresenteerd in een willekeurige volgorde.

De vertaling wordt ingetypt en dan vergeleken met een sleutel. Is er geen volledige overeenstemming, komt het goede antwoord op het scherm met het verzoek het eigen voorstel daarmee te vergelijken.


Oefening 42:
Luisteren

Het te beluisteren verhaal gaat over anorexia nervosa en is in vier fragmenten verdeeld. De inhoud van elk stuk wordt beknopt samengevat in drie regels die echter niet in de goede volgorde staan.

De correctie gebeurt per fragment. De hele tekst kan desgewenst in een apart venster opgeroepen worden.


Oefening 43:
Spelling (samenstellingen)

In een geluidsfile worden tien samenstellingen gepresenteerd, die al dan niet met koppelteken gespeld worden. Ze moeten in hun context ingevuld worden. Per woord kan men een venstertje met uitleg openen.

De correctie gebeurt per woord, en wel zo dat men het verschillende keren kan proberen. Alle goede antwoorden kunnen ook automatisch in de balken gezet worden.

[Zie PN AZ § 137, orthographe officielle]


Oefening 44:
Grammatica

In het cryptogram moeten tien werkwoorden in de onvoltooid verleden tijd worden ingevuld. Er is ook een invulvariant van dezelfde oefening voorzien, voor wie de voorkeur geeft aan een rechttoe-rechtaanopgave.

[Zie PN AZ § 161, prétérit]


Oefening 45:
Vocabulaire

Het bestand bevat tien groepen van drie zinnen, die praktisch dezelfde betekenis hebben, maar waarvan er eentje vooral in België gebruikt wordt en geen Standaardnederlands is. Die moet geselecteerd worden. Elke gemaakte keuze wordt meteen in een commentaarbalk beoordeeld.

[Zie PN AZ § 96, Flandre]


Oefening 46:
Spelling (tussen-n)

In een geluidsfile worden tien samenstellingen gepresenteerd, die al dan niet met tussen-n gespeld worden. Ze moeten in hun context ingevuld worden. Per woord kan men een venstertje met uitleg openen.

De correctie gebeurt per woord, en wel zo dat men het verschillende keren kan proberen. Alle goede antwoorden kunnen ook automatisch in de balken gezet worden.

[Zie PN AZ § 137, orthographe officielle]


Oefening 47:
Vocabulaire

Uit een bestand van vijftig zinnen worden er elke keer twintig geselecteerd, en één voor één gepresenteerd. Het vaste voorzetsel moet worden ingevuld en daarna vergeleken met het goede antwoord.

[Zie PN AZ § 195, verbes à prépositions fixes]


Oefening 48:
Grammatica

In twintig zinnen moet voorzetsel of voorzetselvoorwerp worden ingevuld. De controlefunctie onderscheidt ontbrekende, goede en foute antwoorden. Men kan ook alle goede antwoorden in een keer in de balken laten opkomen.

[Zie PN AZ § 16, adverbes pronominaux]


Oefening 49:
Vocabulaire Luisteren

De opgave gaat over vijftien idiomatische uitdrukkingen die deel uitmaken van de basiswoordenschat. Van drie omschrijvingen moet de juiste geselecteerd worden. De gemaakte keuzen worden daarna vergeleken met de goede antwoorden.

Deze kunnen overigens ook meteen gemerkt worden, zodat men dit bestand eventueel kan gebruiken om de woordenschat onder de knie te krijgen zonder de oefening te maken.

De uitdrukkingen zijn daarnaast in een samenhangende context te beluisteren, een ruzieachtige dialoog tussen twee studenten.


Oefening 50:
Spelling

De tien zinnen bevatten samenstellingen of afleidingen op basis van afkortingen en cijfers. De twee keuzemogelijkheden illustreren het gebruik van apostrof en koppelteken.


Oefening 51:
Luisteren Vocabulaire

Van vijf Nederlandse zinnen die uitsluitend beluisterd kunnen worden, moet de goede Franse vertaling worden gekozen. De selectie is gebaseerd op frequente fouten in de context van bepalingen van tijd.

[Zie PN AZ § 180, situer dans le temps]


Oefening 52:
Grammatica (lijdende vorm)

Deze meerkeuzeopgave is gericht op de herkenning van de lijdende vorm. Aan de hand van vijftien zinnen worden verschillende gebruiksmogelijkheden van de (hulp)werkwoorden zijn en worden gedemonstreerd.

In de commentaarbalk wordt toegelicht waarom bepaalde zinnen niet passief zijn. De helpfile laat enkele duidelijke voorbeelden zien.

[Zie PN AZ § 148, passif]


Oefening 53:
Vocabulaire Grammatica

Invuloefening over werkwoorden als zitten, staan, liggen, zetten, leggen. Alle werkwoorden worden hier in eerste instantie in de onvoltooid tegenwoordige tijd gebruikt (semantische context: kantoor). Een link verwijst daarna door naar meerkeuzevragen met in verschillende tijden vervoegde werkwoorden. De context van dit tweede bestand is huis, tuin en keuken.

[Zie PN AZ § 201, verbes de position]


Oefening 54:
Grammatica (lijdende vorm)

Voor deze invuloefening moeten vijftien zinnen in de lijdende vorm worden gezet. Daarbij dient dezelfde tijd gebruikt te worden. Een apart op te roepen hulpbestand legt uit wanneer er het (voorlopig) onderwerp moet worden.

De correctiefunctie vergelijkt de ingetypte zin met een sleutel en geeft aan waar het antwoord fout was. Ook kunnen de juiste antwoorden allemaal tegelijk in de balken gezet worden.

[Zie PN AZ § 148, passif]


Oefening 55:
Luisteren Spelling

Na vijf ja/nee-vragen over voeding en gezondheid kan dezelfde opname gebruikt worden voor een invuloefening. Daartoe roept men een apart bestand op met de tekst van de geluidsfile; er moet een tiental ontbrekende woorden ingevuld worden.


Oefening 56:
Vocabulaire

In twintig zinnen die één voor één op het scherm komen, moet het voorvoegsel van het werkwoord worden ingevuld. De opgaven worden willekeurig geselecteerd uit een bestand van tweehonderd zinnen.

De correctie is beperkt tot een goed/fout-beoordeling, maar de button 'Spieken' laat het in te vullen voorvoegsel verschijnen. Daardoor kan men zijn antwoord desgewenst zelf met de sleutel vergelijken, of het invullen overslaan en de oefening mondeling maken.